![]() |
| De Slavische landen en talen |
Slavisch betekent: 'van/uit de Slavische landen of van/uit de talen in Oost-Europa'
De Slavische landen zijn Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Servië, Macedonië en Bulgarije.
Tot ruim twintig jaar geleden waren er veel minder Slavische landen. Dat kwam doordat Oekraïne en Wit-Rusland nog bij de Sovjet-Unie hoorden, en doordat Joegoslavië (van Slovenië tot Macedonië) één land was. Letterlijk betekent Joegoslavië trouwens 'Zuid-Slavië'.
De westelijke Slavische talen gebruiken dezelfde letters als wij, met wat extra accenten. Zes Slavische talen, namelijk het Russisch, het Wit-Russisch, het Oekraïens, het Bulgaars, het Macedonisch en (meestal) het Servisch, hebben andere letters: ze worden in het cyrillische alfabet geschreven.
Extra
Het is geen toeval dat het gewone woord slaaf er hetzelfde uitziet als Slaaf ('iemand van een Slavisch volk'). Het komt doordat onder anderen de Grieken en de Germanen al vroeg in de Middeleeuwen de Slavische volkeren van de Balkan als slaven gebruikten. In de Etymologiebank kun je daar meer over lezen.
Video
Zin in wat Tsjechische muziek uit 1978?






